Orgels / Oostzaan / Grote Kerk
Kerkbuurt 12, Oostzaan

Kerk

Omstreeks 1400 verrees te Oostzaan de Sint Catharinakerk. Dit gebouw werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog in 1573 door de Spaanse troepen verwoest, waarna in 1630 de kerk iets oostelijker werd herbouwd. Voor de kerk werd een vierkante platte toren gebouwd.
Dit gebouw werd echter halverwege de 18e eeuw dusdanig bouwvallig, dat werd besloten deze af te breken en een nieuwe kerk te bouwen. Voor f26.000,- werd in 1760 de huidige kerk gebouwd
In 2005 werd aan de noordzijde een aanbouw geplaatst, het Bartel Jacobsz Centrum. De kerk zal binnenkort worden gerestaureerd.

Orgel


In april 1858 start de kerkenraad van de Hervormde gemeente Oostzaan met een inzamlingsactie voor het orgel. Het benodigde bedrag wordt volledig uit vrijwillige bijdragen van gemeenteleden bij elkaar gebracht. Helaas zijn de notulen van de kerkvoogdij en correspondentie uit die tijd niet bewaard gebleven zodat we over het proces van offertes en bouw niet zijn geïnformeerd. De Boekzaal der geleerde wereld meldt dat het instrument op 5 juni 1859 voor het eerst “zijne statige toonen” laat horen in een bespeling door organist J.B. Geel van de Westerkerk in Amsterdam. Het orgelmakersbedrijf Knipscheer krijgt "de welsprekendste lof" voor de bouw. Een vergelijkbaar orgel staat in de Oude Kerk in Zandvoort.
Na het overlijden van Knipscheer in 1874 neemt meesterknecht A.T.M. van Ingen het onderhoud over. Cornelis Provily (1844-1918) is in die tijd organist. In de periode 1881-1895 is dat zijn zoon Arie Cornelis Provily (1868-1939), die ondermeer les heeft gehad van zijn vader, van J.P. Groot in Purmerend en van Jacob Hooft en Louis Sterk in Zaandam. Hij richt in Oostzaan een fanfarecorps op.
Vanaf 1916 wordt H.W. Flentrop uit Zaandam verantwoordelijk voor het onderhoud.
In die tijd is Gerrit J. van Sante (1881-1949) organist. Hij speelt van 1908 tot 1920. Zijn opvolger wordt de circa 26-jarige Jan Spaarwater, leerling van Jan Zwart. Vanaf 1936 tot in de jaren '80 speelt Roelof Hille. Deze blinde organist heeft les gehad aan het Blindeninstituut in Bussum, en voorziet ook in zijn levensonderhoud als steno-typist bij Polak & Scharz en door middel van een winkeltje in rookwaren en snoep in de Kerkbuurt in Oostzaan.
In 1981 is het orgel gerestaureerd door Flentrop onder advies van Klaas Bolt, die het bespeelt bij de ingebruikname op 11 september 1981.
In 2009 is het orgel schoongemaakt door Flentrop. Hierbij is met name de Trompet 8 provisorisch hersteld, in afwachting van financi le middelen om over te gaan tot een nieuwe grootscheepse restauratie.

Dispositie van het Knipscheer-orgel (1859):

Hoofdwerk:

Bovenwerk:

Pedaal:

Bourdon 16'

Prestant 8' d

Aangehangen aan hoofdwerk

Prestant 8'

Bourdon 8'

Roerfluit 8'

Viola 8'

Werktuiglijke registers:

Octaaf 4'

Prestant 4'

Manuaalkoppel

Quint 3'

Dwarsfluit 4'

Tremulant

Octaaf 2'

Gemshoorn 2'

Mixtuur III-IV sterk b/d

Dulciaan 8'

Cornet IV sterk d

 

Trompet 8' b/d

 

 

Terug naar boven