Orgels / Westzaan / Gereformeerde Gemeente
J.J. Allanstraat 463, Westzaan

Kerk


Westzaan had al vroeg een belangrijke positie binnen de Doperse gemeenschap. In de winter van 1533-1534 werden maar liefst 200 mensen in Westzaan gedoopt.
Aan het einde van de 16e eeuw waren er vier stromingen: de Friesch Doopsgezinden, de Waterlands Doopsgezinden, de Vlaams Doopsgezinden en de Duits Doopsgezinden, waarvan eerste twee gemeenten Westzaan een gemeente hadden. Hoewel de Wederdopers getolereerd werden, mocht hun kerk niet opvallend zijn, zodat in Westzaan dan ook twee zogenaamde schuurkerken verrezen.
Vermoedelijk al kort na 1600 betrok de Waterlands Doopsgezinde Gemeente van Westzaan een kerk aan het Noordeinde. In 1695 werd de huidige Noordervermaning in gebruik genomen.  
Nadat omstreeks 1850 een nieuwe bakstenen voorgevel in neogotische trant was geplaatst, ging de Waterlands Doopsgezinde Gemeente in 1949 samen met de Westzaanse Fries Doopsgezinde Gemeente aan het Zuideinde. Uiteindelijk werd in 1964 het 150 zitplaatsen tellende kerkgebouw verkocht aan de Gereformeerde Gemeente Westzaan. Deze gemeente kerkte tot dan toe in een kerkgebouw aan de J.J. Allanstraat, gebouwd in 1907 en tegenwoordig in gebruik bij de Christelijk Gereformeerde Kerk te Westzaan.

Orgel

In 1875 bouwde L. van Dam & Zonen uit Leeuwarden een eenklaviers orgel met aangehangen pedaal voor de Noordervermaning in Westzaan voor f2.072,45. Het orgel kreeg acht stemmen op het manuaal en werd voorzien van een aangehangen pedaal met de omvang C-g. Op de windlade bleef ruimte voor een discantregister en een gedeeld tongwerk over. Op een van de voor deze slepen bestemde registerknoppen is de tremulant aangesloten. Het instrument werd op 26 augustus 1875 opgeleverd.
De eerste tien jaar werd het onderhoud aan het instrument verzorgt door de firma L. van Dam, vanaf 1917 bij de firma B.F. Bergmeijer.
In 1916 werd de Zaandamse musicus Cor Kee (1900-1997) als organist van het Van Dam-orgel benoemd.
In 1975 werd het orgel gerestaureerd en het pedaal uitgebreid met een Bourdon 16’. Hiervoor werd de registertrekker van Afsluiter gebruikt, die buiten werking werd gesteld. De lade en de houten pijpen zijn aan de binnenzijde van de kas tegen de zijwand aan de pompzijde geplaatst. Het pedaal werd tevens vervangen door een nieuw pedaal met de omvang C-d’, gebouwd naar voorbeeld van het aanwezige oorspronkelijke pedaal. De werkzaamheden werden uitgevoerd door W.N. de Jongh te Lisse onder advies van de Orgeladviescommissie van de Vereniging van Organisten der Gereformeerde Gemeenten. Bij de heringebruikname op 9 december 1975 werd het orgel bespeeld door adviseur Paul Wols.
Het orgel is tegenwoordig in onderhoud bij de firma Flentrop Orgelbouw te Zaandam.

Huidige dispositie van het Van Dam-orgel (1875):

Manuaal:

Pedaal:

Bourdon 16' disc.

Subbas 16' (aangehangen)

Prestant 8'

Holpijp 8'

Werktuiglijke registers:

Viola di Gamba 8'

Tremulant

Octaaf 4'

Windlosser

Roerfluit 4'

Quintprestant 3'

Superoctaaf 2'

 

Terug naar boven