Orgels / Westzaan / Grote- of Sint Joriskerk
Torenstraat 1, Westzaan

Kerk


Rond 1300 werd te Westzaan op de plaats van de huidige kerk een gothische kerk gebouwd. Deze kerk was ongeveer een keer zo groot als de huidige kerk; de fundamenten zijn tot aan het raadhuis terug te vinden. Tijdens de beeldenstorm in 1566 werd het interieur grondig vernield. Hierna werd het kerkgebouw in gebruik genomen voor de protestantse eredienst.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog hielden de Geuzen onder leiding van Govert 't Hoen vanaf de 47 meter hoge kerktoren de Spaanse schepen op het IJ in de gaten in verband met het beleg rondom Haarlem. Als wraak vernielden de Spanjaarden in 1574 het grootste deel van dorp inclusief de kerk. De toren werd ontdaan van trappen en zolder maar bleef verder gespaard.
Op de ruďne van de vernielde kerk werd in 1580 een houten kerk gebouwd. Dit gebouw werd al vanaf 1637 te klein maar pas in 1740 kreeg de gemeente toestemming van de banne Westzaan om een nieuwe kerk te bouwen.
Op 4 april 1740 begon men met de bouw van de huidige Grote Kerk. Deze werd tegen de oude toren gebouwd en kreeg de vorm van een Grieks kruis.
Nadat de torenspits diverse malen door bliksem was getroffen, werd aan het begin van de 19e eeuw besloten deze niet meer te herbouwen. Het werd echter langzaamaan duidelijk dat de toren begon te verzakken maar voor reparaties was het reeds te laat: op 1 januari 1843 stortte de toren in waarbij een gezin van acht mensen dat vlak bij de toren woonde, om het leven kwam. Al gauw kwamen de ramptoeristen naar het dorp om naar de ravage te kijken. De toren werd echter nooit herbouwd; het grondplan is nog in de bestrating terug te vinden.
Nadat in 1866 de kerk gesloten moest worden omdat het onverantwoord bleek nog langer diensten te houden, werd het gebouw aan het einde van de jaren '60 gerestaureerd. In 1970 werd de kerk weer in gebruik genomen.

Hoofdorgel

Pieter Flaes bouwde namens de Amsterdamse firma Flaes & Brünjes- in 1866 een tweeklaviers orgel voor de Grote- of St. Joriskerk in Westzaan. Het instrument werd op 22 december 1866 in gebruik genomen met een concert door A. Bruijn uit Zaandam.
In 1923 werd door A. Bik de mechaniek hersteld en de Octaaf 4' van het bovenwerk vervangen door een Voix Céleste 8'.
D.A. Flentrop uit Zaandam verving in 1945 de Prestant 8' discant van het bovenwerk door een doorlopende Prestant 4' en op de plaats van de Salicionaal kwam een Flageolet 2'. Verder kwam een Sesquialter I-II sterk op een kantsleep en de Voix Céleste 8' van Bik werd ingekort tot een Terts 1 3/5'. Daarnaast werd de bascant van de Bourdon 16' van het hoofdwerk op het pedaal geplaatst.
In 2000 startte de firma Elbertse met een grondige restauratie. Adviseur was Wim Diepenhorst die het plan uit 1998 volgde, dat door Hans van der Harst was opgesteld. De oorspronkelijke dispositie is geheel gereconstrueerd. Op het Bovenwerk werd een Salicet 4' geplaatst, die samengesteld was uit pijpwerk van de Salicionaal 8' uit het orgel van de Remonstrantse Kerk in Den Haag, aangevuld met nieuw pijpwerk. De Terts werd opgeschoven tot een Roerquint 3'. Er werd een nieuwe Fluit 2' gemaakt. Het pneumatische pedaal is verwijderd, en alles werd voorbereid voor een zelfstandig pedaal met vier registers op een mechanische windlade van Reil, afkomstig uit het orgel van de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) te Dalfsen uit 1972. Op 26 januari 2002 is instrument het weer in gebruik genomen. Hierbij werd het bespeeld door Joost Rijken en dhr. Lienos, organisten van de kerk en Wim Diepenhorst.
In 2008 kon het pijpwerk op het pedaal worden geplaatst. Men had vier registers gekocht, afkomstig uit het Vermeulen-orgel uit 1948 van de Sint Josephkerk te Dongen. Het pijpwerk werd geplaatst en geďntoneerd door de firma Nijsse. Op 4 april 2008 is het orgel weer in gebruik genomen met een concert door Herman van Vliet.

Huidige dispositie van het Flaes & Brünjes-orgel (1866):

Hoofdwerk:

Bovenwerk:

Pedaal:

Bourdon 16'

Prestant 8'

Subbas 16'

Prestant 8'

Viola di Gamba 8' - C-B in Holpijp 8'

Octaafbas 8'

Roerfluit 8'

Holpijp 8'

Gedekt 8'

Octaaf 4'

Salicet 4'

Bazuin 16'

Fluit 4'

Roerfluit 4'

Quint 3'

Roerquint 3'

Werktuiglijke registers:

Octaaf 2'

Fluit 2'

Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk

Mixtuur IV sterk

 

Koppel Pedaal-Hoofdwerk

Cornet IV sterk disc.

 

Koppel Pedaal-Bovenwerk

Trompet 8' basc./disc.   Tremulant Bovenwerk

Koororgel

In 1956 plaatste de firma Pannekoek-Vermue een klein orgel met aangehangen pedaal in de Hervormde Kapel aan het Zaandamse Hazepad.
In later jaar is het instrument als koororgel in de Grote- of Sint Joriskerk in Westzaan in gebruik genomen.

Dispositie van het Pannekoek-Vermue-orgel (1956):

Manuaal:

Pedaal:

Holpijp 8'

Aangehangen

Prestant 4'

Fluit 4'

Nasard 2 2/3' vanaf c

Octaaf 2'


 

Terug naar boven